Nr. 1

1.

Welke trofee past bij welk dier?

2.

Het Romeinse cijfer bij het dier komt overeen met het getal dat moet worden gezocht.

3.

De volgorde van de trofeeën komt overeen met de volgorde van de cijfers.

4.

De eerste trofee is de houwer (slagtand) van het wilde zwijn (III). De tweede trofee zijn de klauwen van de beer (V). De derde trofee is een poot van de haas (IV). De vierde trofee is de staart van de vis (VIII).

oplossing

3548

Nr. 2

1.

Optelling (plus) leidt tot oplossing van tientallen en eenheden.

2.

Hoe moet men rekenen om op de honderdtallen te komen?

3.

Aftrekking (minus) van de beide getallen levert het cijfer voor het honderdtal op.

4.

Acht plus zeven is vijftien (8+7=15). Acht min zeven is één (8-7=1).

oplossing

115

Nr. 3

1.

Let op de vetgedrukte letters!

2.

Letters komen overeen met getallen.

3.

Letters zijn Romeinse cijfers.

4.

I = 1, VI = 6, V = 5.

oplossing

165

Nr. 4

1.

Welke van de drie vormen volgt logischerwijs op de rij?

2.

Kleurwisseling rood-blauw-rood-blauw.

3.

Vormwisseling hoekig-hoekig-rond-hoekig-hoekig-rond.

4.

Ontbrekende vorm: blauwe cirkel.

oplossing

301

Nr. 5

1.

Let op de halsversiering!

2.

Aantal vormen resulteert in de positie van het oplossingsgetal.

3.

Aantal hoeken staat voor een getal.

4.

Een zeshoek, twee vierhoeken, drie driehoeken.

oplossing

643

Nr. 6

1.

De getallen op de desbetreffende planken horen bij elkaar.

2.

Wat hebben deze getallen met elkaar gemeen?

3.

Alle getallen hebben een gemene deler.

4.

De drie symbolen op de balk boven de vis geven de relevante getallen van de oplossing weer.

5.

Symbool dubbele driehoek: gemene deler van de rij is zeven. Symbool driehoek en plus-teken: gemene deler van de rij is acht. Symbool slak: gemene deler van de rij is drie.

oplossing

783

Nr. 7

1.

Op de kluis staan nog meer tekens.

2.

Tekens op het papier met de tekens op de kluis verbinden.

3.

Er ontstaan samen drie cijfers.

4.

Eerste symbool op het papier en eerste symbool op de kluis vormen samen het getal vier. Tweede symbool op het papier en tweede symbool op de kluis vormen samen het getal negen. Derde symbool op het papier en derde symbool op de kluis vormen samen het getal acht.

oplossing

498